Vooroordelen…
door Frans Leen, oud-leraar
In een vorig leven was ik leraar en later lid van het directiecomité aan ‘de TSM’, de grootste Technische School van Mechelen. Onderwijs was mijn passie. In veertig jaar heb ik honderden, wellicht enkele duizenden leerlingen en studenten begeleid op weg naar volwassenheid en hun beroepsleven. Eén van hen was Ali Salmi. Ali was welopgevoed, goedgemanierd, behulpzaam en leergierig, kortom een voorbeeldige student. Het klikte meteen.
Maar de tijd staat niet stil en onze wegen liepen uiteen. Ali Salmi studeerde af en ikzelf ging met pensioen. Salmi kwam terecht in de politiek en werd schepen in Mechelen – voor Agalev, nu is hij gemeenteraadslid voor Spirit. Ikzelf ben één van die 5.000 kandidaten die straks op 8 oktober de kleuren van Vlaams Belang verdedigt. Onlangs kwamen we mekaar terug tegen in het station van Mechelen…
Ali Salmi begroette me zeer hartelijk: “Ha, mijnheer Leen. Fijn van u nog eens te zien. En hoe gaat het?”
“Goed, al bijna 10 jaar met pensioen, maar nog altijd actief. En net als gij in de politiek. (Lachend) Met wat geluk komen we mekaar nog tegen in het stadhuis…”
Salmi: “’t is niet waar? En bij welke partij zit ge dan?”
“Tja, ik geloof dat ge ’t niet graag zult horen. Maar bij het Vlaams Belang…”
De mond van mijn gesprekspartner zakte verbijsterd open. Even leek het alsof Ali Salmi geraakt was door een blikseminslag. Of een tientonner. “Maar… mijnheer Leen. Dat kàn toch niet. Toch niet bij het Vlaams Belang? Uitgerekend gij? Ik heb als student al die jaren naar u opgekeken en nu komt ge mij vertellen dat ge op de lijst van het Vlaams Belang staat. Nee, dat snap ik echt niet…”
De ontgoocheling was op zijn gezicht af te lezen. “Maar dat is wel een racistische partij!”, probeerde Salmi nog. “Dat wordt gezegd”, kaatste ik de bal terug. “Maar ik kan u zeggen dat het niét zo is. En moest dat wel zo zijn, zou ik ook geen lid of kandidaat van die partij zijn.”
Daarop vroeg ik aan mijn arme oud-student of hij mij ooit op racistische denkbeelden of discriminatie had betrapt in de klas. Salmi kon alleen maar toegeven dat dit nooit het geval was geweest.
Salmi was en is voor mij nog altijd het bewijs dat vreemdelingen hier echt wel kansen krijgen en dat ze het kunnen maken, maar ze moeten er natuurlijk wel zelf een inspanning voor doen. “Ik heb met u toch nooit problemen gehad en dat heeft het Vlaams Belang ook niet met allochtonen die zich aanpassen”, voegde ik eraan toe. Het gesprek raakte op een ander spoor en mijn trein kwam aan. We namen in alle vriendschap afscheid, maar het zal wellicht nooit meer worden wat het ooit geweest is.
Hoe ziet een Vlaams Belanger eruit? Bij sommigen duikt na jaren van vuilspuiterij wellicht het beeld op van een heks op een bezemsteel, of een man met bokkenpoten, de horens en de staart van een duivel. Jammer hoor, maar ik kan het ook niet helpen dat ik niet in dat plaatje pas. Net zomin als het gros van onze mandatarissen, leden en kiezers.
Ben ik nu door deze ontmoeting na jaren en mijn ‘outing’ bij Ali Salmi van mijn voetstuk gevallen? Of heeft het gesprek en mijn politieke keuze voor een barst gezorgd in de muur van vooroordelen? Ik hoop het laatste.
.... 24.09.2006
Klik hier voor het archief.
|
|