4. ONDERNEMEND VLAANDEREN
Na een lange voorbereidingsperiode werd op 26 november 2005 door het Vlaams Belang een congres gehouden waarop het economisch programma van de partij werd vastgelegd. Vlaanderen heeft alle troeven in huis die het tot een sterk economisch bolwerk kunnen maken: de ondernemingsgeest, de kennis, de ligging en de flexibiliteit.
De gemeentelijke overheden hebben heel wat mogelijkheden om het economisch klimaat op lokaal vlak te bevorderen of – omgekeerd - te verknoeien. Vlaanderen heeft, zoals zonet gesteld, een enorm economisch potentieel. Wij moeten dit potentieel zo optimaal mogelijk benutten. Dit kan enkel wanneer de gemeente op lokaal vlak zorgt voor een gezond ondernemingsklimaat waarin ondernemers zich maximaal kunnen ontplooien.
Een duidelijke keuze voor lokale economie
Middenstand en KMO’s zijn niet enkel de motor van onze Vlaamse economie, maar de middenstand en lokale kleinhandel in het bijzonder staan voor een groot deel van de sociale contacten in. De lokale economie is mee het bindweefsel van de samenleving.
Voor de wijkbewoners is het verdwijnen van de ‘ankers’ in de buurt een vrij ingrijpende gebeurtenis. Een gediversifieerde en sterke detailhandel vormt het hart van goed bereikbare stadskernen met een diversiteit aan functies en moet dan ook maximaal gepromoot en gestimuleerd worden.
Via ons plan voor de uitbouw en stimulering van de lokale economie krijgen de zelfstandigen, de middenstand, de kleine en middelgrote ondernemingen immers alle kansen om zich optimaal te ontplooien en aldus de toekomstige welvaart veilig te stellen.
Nood aan een totaalbenadering
Het Vlaams Belang is van oordeel dat de gemeentelijke autoriteiten zich moeten inschakelen in een totaalaanpak van de lokale economie en dat zij dus moeten meewerken aan een beleid waarvan wij hier in het algemeen de krachtlijnen weergeven.
1. Bundeling van bevoegdheden. KMO’s vormen de motor van de Vlaamse economie en zijn van cruciaal belang voor onze welvaart. Toch worden deze bedrijven nog steeds stiefmoederlijk behandeld door de overheid, niettegenstaande hun belangen behartigd zouden moeten worden door wel twee regeringen en zelfs een viertal ministers. Om een eenduidig stimulerend beleid te garanderen en te optimaliseren, wil het Vlaams Belang alle KMO-bevoegdheden bundelen onder de minister van Economie.
2. Integratie van de dienstverlening. Een vermindering van de administratieve lasten, wetten en regels is een noodzakelijke voorwaarde om gemakkelijker met een bedrijf te kunnen starten en/of uit te breiden. Een KMO-Impactfiche die de gevolgen van een nieuwe KMO-regel aangeeft met bijzondere aandacht voor de uitvoerbaarheid en administratieve lasten, moet worden ingevoerd. Het ondernemersrecht wordt vereenvoudigd en geharmoniseerd. De effectieve realisatie van een gemeentelijk Huis voor Lokale Economie blijft een prioriteit. Bovendien willen wij de boekhoudkundige verplichtingen van niet-beursgenoteerde KMO’s verminderen. Specifiek voor KMO’s met minder dan 20 werknemers moeten heel wat wetten en regels niet langer van toepassing zijn.
3. Vrij en eerlijk ondernemen. Zelfstandigen worden geconfronteerd met oneerlijke concurrentie van ‘collega’s,’ zoals nachtwinkels, die het vaak niet zo nauw nemen met de handelsbepalingen. Zolang bepaalde wetten bestaan, moeten ze door alle zelfstandigen onverminderd nageleefd worden. De ondernemingsvrijheid moet echter gevrijwaard worden. De wettelijke beperkingen moeten dan ook zoveel mogelijk verdwijnen en van een positieve discriminatie of een quotastelsel in het aanwervingsbeleid kan geen sprake zijn.
4. Lastenverlaging. Van de 126 verschillende lokale lasten zijn er 45 specifiek op KMO’s van toepassing. Het grote aantal gemeentelijke belastingen is natuurlijk een gevolg van de gemeentelijke autonomie. Hierdoor kunnen de gemeenten zowat alles belasten wat niet uitdrukkelijk verboden is. Deze wildgroei aan belastingen impliceert natuurlijk een hogere administratieve druk - voor zowel de bedrijven als de gemeenten - waar slechts een relatief geringe stijging van de ontvangsten tegenover staat.
De huidige gemeentelijke belastingen zijn niet transparant en werken bovendien concurrentieverstorend. De bundeling van bestaande en afschaffing van niet-kostendekkende belastingen, méér fiscale eenvormigheid tussen de gemeenten onderling door de invoering van een limitatieve lijst van toegelaten bedrijfsheffingen en maximumpercentages, zullen een grote stap in de goede richting zijn. Dit zal leiden tot grotere transparantie voor de ondernemingen tegen een lagere fiscale en administratieve kost. De gemeentelijke autonomie is gevrijwaard, terwijl de administratieve last wezenlijk zou kunnen dalen.
5. Onderwijs en geschoold personeel. Ondanks de hoge werkloosheid zijn er nog altijd knelpuntberoepen. Het onderwijs is niet volledig afgestemd op de noden van de arbeidsmarkt. Het Vlaams Belang pleit voor een herwaardering van technische, technologische en beroepsopleidingen en de eruit voortkomende beroepen, zodat in overleg met middenstandsverenigingen leerlingen beter opgeleid kunnen worden in de richting van onder meer knelpuntvacatures.
De jongerenwerkloosheid van laaggeschoolden en ongeschoolden kan aangepakt worden met de invoering van ‘Werk Eerst.’ Deze benadering van het Vlaams Belang beoogt de werkbereidheid van jongeren tussen 18-25 jaar te waarborgen. Wij wensen deze werkbereidheid beter te controleren en het onwettig weigeren van werk onmogelijk te maken.
Iedereen moet volgens zijn of haar mogelijkheden bijdragen tot de welvaart en het welzijn van onze maatschappij. Er moet strenger worden opgetreden tegen de misbruiken. Het beleid moet opnieuw meer het karakter van een verzekering tegen sociaal onheil beklemtonen en minder het automatisme van sociale uitkering (van vervangingsinkomen of ‘leefloon’).
6. Onderwijs en ondernemingszin. Zelfstandigheid, zelfgestuurd leren, creativiteit en andere competenties dienen in het onderwijs ontwikkeld te worden. Dit is wat gekend is onder ‘ondernemingszin,’ de basis voor ondernemend gedrag en ondernemerschap in het verdere leven. Ondernemerschap moet in alle studierichtingen aan bod komen met aandacht voor economische basiskennis, boekhoudprincipes en het belang van talenkennis. Het onderwijs moet meer bijdragen tot een positieve maatschappelijke houding ten voordele van zelfstandig ondernemerschap bij jongeren.
7. Ademruimte door investeringen in infrastructuur. Vlaanderen heeft een nijpend tekort aan voldoende bedrijventerreinen. Oude, verlaten en vervuilde bedrijfsterreinen zijn aan een versneld tempo te saneren, terdege aan te sluiten op nutsinfrastructuur en aan kandidaat-ondernemers ter beschikking te stellen. Stedelijke buurten die voldoende toegankelijk zijn, maar geconfronteerd worden met leegstand en verkrotting, komen prioritair in aanmerking voor de realisatie van nieuwe bedrijfszones.
Een blik over de landgrenzen leert ons dat onder meer in Duitsland oude industriële panden geklasseerd worden en de totale investering (aankoop, sanerings- en renovatiekosten) fiscaal op tien jaar tijd afgeschreven mag worden, zonder dat achteraf de verkoopprijs of meerwaarde herbelast worden. Deze panden trekken vooral een goed publiek aan, ondernemers uit de dienstverlenende sector, zoals architecten, advocaten, boekhoudkantoren en verzekeringen. In Frankrijk gaan ze zelfs een stap verder: daar hebben burgemeesters uit kansarme steden met hun ministerie van Financiën onderhandeld over fiscale, sociale en investeringsstimuli. In die stedelijke vrijhandelszones (ZFU = Zone Frânche Urbaine) genieten zij die een voltijdse betrekking creëren vijf jaar lang over een belastingsvrije schijf van 61.000 euro op de vennootschapsbelasting en volledige vrijstelling van verkeersbelasting. Bovenop kortingen op de werkgeversbijdrage voor de sociale zekerheid (URSSAF) worden investeringen in die ZFU-zones nergens méér gestimuleerd dan in Frankrijk. De investeringen voor nieuwbouw of vernieuwbouw zijn naar rato van 25% in vier jaar afschrijfbaar.
Het Vlaams Belang pleit voor een vergelijkbare baanbrekende fiscaliteit. Burgemeesters moeten actief samenwerken om bijzondere investeringsvoordelen te kunnen onderhandelen met de federale belastingsdiensten. Dergelijke maatregel zou zich onmiddellijk vertalen in bijkomende directe en indirecte tewerkstelling en in economische groei met aanzienlijk terugverdieneffect.
Onze partij wil een inkomenscompensatievergoeding uitkeren aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van wegeniswerken. Vooral als die niet tijdig worden opgeleverd door de aannemers, is de wanhoop vaak groot. In tegenstelling met het liberale voorstel-Dedecker, wensen wij dat bij overschrijding van de bij contract vastgelegde bouwtermijnen het Participatiefonds de geleden schade zou kunnen verhalen op de bouwonderneming zelf. Zij is immers verantwoordelijk voor de termijnoverschrijding. Bovendien vinden wij het een goede zaak dat zelfstandigen die compensatie aanvragen, toch hun zaak willen openhouden. Het aanvragen van compensatie mag dus geen verplichte tijdelijke sluiting tot gevolg hebben, zelfs indien hun inkomsten ondertussen sterk geslonken zouden zijn.
8. Veiligheid. Ondernemers en middenstanders zijn steeds meer het slachtoffer van criminaliteit. Het Vlaams Belang wenst het professionele fiscale regime dan ook uit te breiden tot de private beveiliging, wat kleine zelfstandigen in onveilige buurten kan aanmoedigen hun zaak open te houden en niet weg te trekken. Het Vlaams Belang wil de wettelijke zelfverdediging uitbreiden tot de bescherming van eigendom en goederen, naar het voorbeeld van een aantal buurlanden. Criminelen moeten hard worden aangepakt. Een beveiligde webstek voor winkeleigenaars met gegevens van recidiverende winkeldieven en de mogelijkheid om foto’s van betrapte dieven uit te hangen, zal ontmoedigend werken en de handelaars toelaten preventief op te treden. (iv)
9. KMO en middenstandsplan. Middenstand en KMO's zijn niet enkel de drijfkracht van onze Vlaamse economie, maar de middenstand en lokale kleinhandel in het bijzonder zijn tevens lokale ankers die voor stabiele sociale contacten tussen buurtbewoners zorgen. Zij werken het maatschappelijke vertrouwen en de veiligheid in de hand. De middenstand vormt het cement voor de sociale netwerken en een leefbare buurt en dorpskern. Mede door middel van een middenstandsplan willen wij de stadskernen aantrekkelijk houden en de brede waaier van maatschappelijke functies van deze kernen vrijwaren.
10. Flexibiliteit. Het Vlaams Belang wil een maximale bescherming van de werknemers. De arbeidsverhoudingen in KMO’s zijn echter informeler en soepeler dan deze in grote ondernemingen.
Vandaar dat wij geen voorstander zijn van geïnstitutionaliseerde syndicale structuren in kleine en middelgrote ondernemingen. Goede menselijke verstandhouding blijft de beste garantie voor goede arbeidsrelaties bij middenstand en KMO. In de horeca (v) moet de regeling voor gelegenheidsarbeid in een eerste fase opgetrokken worden van momenteel 45 dagen tot elk weekeinde om op termijn onbeperkt toepasbaar te worden.
Om hun competitiviteit en de werkgelegenheid te vrijwaren, moet het systeem van overuren flexibeler worden. Het aantal toegelaten jaarlijkse overuren moet sterk verhoogd worden en wordt gecompenseerd door inhaalrust of overwerktoeslag, afhankelijk van de keuze van de werknemer.
11. Mobiliteit in de stedelijke gebieden. Het Vlaams Belang pleit voor een mobiliteitsbeleid waar ruimte blijft voor de wagen. Grote delen van de steden moeten dus voldoende toegankelijk blijven en er moet voldoende betaalbare parkeerruimte voorzien worden. Wat het openbaar vervoer betreft, vinden wij dat de dienstverlening verder uitgebreid moet worden, bijvoorbeeld naar industrieterreinen. Liever dan een politiek van ‘alles kan gratis,’ pleiten wij voor een politiek van ‘alles kan beter.’
12. Verankering. Het is verontrustend dat steeds meer KMO’s verkocht worden aan buitenlandse firma’s. De beste manier om onze Vlaamse firma’s in Vlaamse handen te houden is via investeringen door de overheid - en niet in het minste door de bedrijven zelf - in onderzoek en ontwikkeling. De overheid moet voor haar investeringen waarborgen inbouwen dat de ontwikkelde technologie ten goede zal komen aan de Vlaamse economie en onze werkgelegenheid.
Er moeten tevens meer inspanningen gebeuren om meer Vlaams privaat kapitaal aan te trekken. Investeringsfondsen kunnen veelbelovende starters of bedrijven die voor een internationale expansie kiezen, de nodige fondsen verschaffen. Op die manier wordt op een nog actievere manier verzekerd dat Vlaamse bedrijven kunnen doorgroeien tot internationale spelers van formaat, zonder dat ze daarvoor hun autonomie volledig uit handen hoeven te geven.
Werknemersparticipatie is sinds enkele jaren eindelijk mogelijk. Ondernemers en werknemers zijn met dit stelsel echter nog relatief onbekend. De overheid moet pistes uitwerken om werknemersparticipatie actief aan te moedigen. Ze betrekt werknemers bij de langetermijnplanning en de strategische opstelling van het bedrijf en werkt Vlaamse verankering in de hand.
13. Gelijke statuten, zowel voor arbeiders als bedienden, maar ook voor werknemers en zelfstandigen. Het sociaal statuut van zelfstandigen is nog steeds ondermaats vergeleken met de situatie van werknemers. Pensioenregeling, ziekte-uitkeringen en kinderbijslagregeling van zelfstandigen moeten kwalitatief evenwaardig worden aan het sociaal statuut van werknemers. Een verbetering van hun statuut hoeft geenszins te betekenen dat de zelfstandigen meer bijdragen moeten betalen. Als de overheid voor de sociale zekerheid van zelfstandigen evenveel bijpast als voor andere categorieën, dan is er geen nood aan een bijdrageverhoging. Binnen het werknemersstatuut moet het statuut van arbeiders en bedienden gelijkgeschakeld worden.
14. Deblokkeren van grote infrastructuurdossiers met economische weerslag. Nog te veel infrastructurele gebreken vormen een handicap voor de economische activiteit. We denken hierbij concreet aan de verbinding van de Liefkenshoektunnel, de aanleg van de tweede spoorontsluiting te Antwerpen, de heractivering van de IJzeren Rijn, de noodzaak aan een derde en vierde spoor tussen Zeebrugge en Gent, de ring rond Gent en Aalst, de verlenging van de A19 enzovoort. Samen met de financiële middelen moet Vlaanderen trouwens de volledige bevoegdheid krijgen inzake investeringen in de (spoor-)infrastructuur en het mag niet langer gegijzeld worden door de voor Vlaanderen nadelige en onrealistische 60/40-verdeelsleutel van het NMBS-budget.
15. Gezaghebbend advies. De overheid moet voorzien in de doorvoering van het zogenaamd ‘gezaghebbend advies.’ Dit houdt in dat een onderneming of een burger vóór hij start met de uitvoering van zijn plannen, weet hoe de overheid op elke stap zal reageren. Zo kan elke burger of onderneming van alle overheidsdiensten vernemen hoe de overheid zal reageren op welomschreven situaties (op fiscaal gebied, inzake ruimtelijke ordening, inzake leefmilieu enzovoort). Wanneer het gezaghebbend advies gevolgd wordt, kan aan de burger of ondernemer geen sanctie opgelegd worden, omdat hij of zij de wet niet zou hebben nageleefd. Integendeel: wie zich conformeert, krijgt steeds het voordeel van de twijfel.
16. Intercommunales. Het Vlaams Belang eist de totale openbaarheid van alle intercommunales - of ze nu instaan voor energie, afvalverwerking of andere taken. De samenstelling van de raad van bestuur van de intercommunales moet op een democratische wijze gebeuren en moet dus de wil van de kiezer weerspiegelen: ook de oppositie moet vertegenwoordigd zijn in verhouding tot het behaalde verkiezingsresultaat. Ingevolge het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, wordt aan de raad van bestuur immers reeds deelgenomen door ten hoogste vijf door de verschillende aandeelhoudende gemeenten aangeduide raadsleden van de oppositie (met raadgevende stem).
De intercommunales oefenen een te grote macht uit in belangrijke beleidsdomeinen waar de machtsverhoudingen, vastgelegd door de kiezer, geenszins worden weerspiegeld. Het inzagerecht van het gemeenteraadslid moet ook van toepassing zijn op de intergemeentelijke verenigingen.
17. Paragemeentelijke vzw’s. Openbare besturen moeten een open, jaarrekeningconforme en transparante boekhouding voeren, die voor iedereen toegankelijk en raadpleegbaar is, zowel voor beleidsvoorbereidende als uitvoerende activiteiten. Dit geldt voor alle onder- en nevengeschikte overheden, ongeacht hun rechtsvorm en vloeit van nature voort uit het feit dat de belastingsbetalers het recht hebben om te weten hoe hun belastingsgelden precies worden aangewend. Paragemeentelijke vzw’s ontsnappen momenteel aan elke democratische controle, maar ze beheren wél gemeentelijk belastingsgeld en ze voeren wél gemeentelijke opdrachten uit. Aan deze ondemocratische gang van zaken moet paal en perk worden gesteld. Tot slot zijn wij van mening dat de Autonome Gemeentebedrijven en hun dochterbedrijven eveneens moeten openstaan voor controle vanuit de gemeenteraden. De raden van bestuur moeten ook hier een afspiegeling zijn van de gemeenteraad.
Energie
Het Vlaams Belang vindt de vrijmaking van de energiemarkt in beginsel een goede zaak. Jammer genoeg leidt de Belgische versie van deze vrijmaking niet tot eerlijke concurrentie met de beste verhouding van kwaliteit en prijs van de geleverde producten en diensten. Wij zijn steeds pleitbezorgers van het nationale (energie-)belang en staan sceptisch tegenover een ongebreidelde uitbreiding van ‘Europa,’ ook wat bevoegdheden betreft. Nochtans stellen wij vast dat Frankrijk een energiebeleid voert dat stelselmatig het Franse economische weefsel van allerlei voordelen laat genieten, maar de kosten op buitenlandse klanten verhaalt. De Vlamingen betalen mee het gelag. Enkele grote, aan Franse belangen vastgeklonken bedrijven, zetten de spelregels uit. Helaas moeten we vaststellen dat het niet de eerlijke en billijke spelregels van de vrije mededinging zijn.
Onze partij wil dan ook dat - de (lopende) lokale discussies over het behoud versus de verkoop van de Suez-aandelen indachtig - de Vlaamse steden en gemeenten een eigen stem in het energiekapittel krijgen. Dat kan door korting van de roerende voorheffing op dividenden toe te staan aan lokale overheidsbesturen die participeren in grote Vlaamse energieprojecten. Het uitgeven van preferente aandelen die ten goede komen van Vlaamse steden en gemeenten, is een andere optie. Tot slot kan, net zoals dat in het buitenland vanzelfsprekend is, een differentieel - meervoudig - stemrecht worden toegekend aan overheidsbesturen in het conclaaf van aandeelhouders. Krachtlijn van deze politiek is om Vlaanderen minder afhankelijk te maken van energievoorziening door het buitenland, willekeurige prijszettingen door buitenlandse energiegiganten te voorkomen en tegelijk de regels van de vrije markt te respecteren.
Horeca
In heel wat Vlaamse steden en gemeenten mangelt het aan overleg tussen de plaatselijke overheid en de horecawereld. Op een aantal andere plaatsen is de samenwerking dan weer goed tot uitstekend te noemen, maar wrijvingen zijn er altijd wel eens. Daarom bepleit het Vlaams Belang de realisatie voor elke stad en gemeente van een zogenaamd ‘horecabeleidsplan.’
De horecawereld is het slachtoffer bij uitstek van allerhande pestbelastingen. De gekende voorbeelden van belastingen op personeel, belastingen op publiciteit en overheidswillekeur in terrasheffingen spreken alvast boekdelen. Onze partij wil deze taksen bundelen en voorzien van een vast plafond. Beleidsmaatregelen voor de horeca moeten begeleid worden door stimuli en minder door sancties. Een goed voorbeeld is het publiciteitsbeleid, waar de overheid bepaalde taksen voor reclamedragers zou kunnen afschaffen met voorrang voor Nederlandstalige benamingen van handelszaken. Het uitreiken van een mooie prijs voor een handelaar die bewust een Nederlandstalige benaming kiest voor zijn handelszaak kan bijvoorbeeld tot de positieve, opbouwende aanpak van het stads- of gemeentebestuur behoren.
Tot slot moet de overheid ook een oogje in het zeil houden wat de nachtwinkels aangaat. Zeer zeker zijn heel wat nachtwinkels bonafide, maar zij moeten hun specifieke plaats kennen in het horecalandschap. Alle overlast en oneerlijke concurrentie met de horeca moet worden tegengegaan door ondubbelzinnige convenanten die het stads- of gemeentebestuur en de plaatselijke nachtwinkels met elkaar afsluiten.
Een aantal actiepunten.
Het Vlaams Belang pleit voor:
- de inrichting van een gemeentelijke dienst lokale economie en een gemeentelijk Huis voor Lokale Economie, die beide onder de bevoegdheid vallen van de schepen van Lokale Economie;
- een regelmatig overleg tussen de schepen van Lokale Economie en de lokale ondernemers;
- de laagst mogelijke fiscale druk en voor een tegengaan van alle verkwisting;
- de prioritaire afschaffing van pestbelastingen, zowel voor personen als ondernemingen;
- een bundeling van zoveel mogelijk gemeentelijke belastingen;
- het scheppen van aangepaste en betaalbare ruimte voor KMO’s in de gemeente, in nauw overleg met alle buurgemeenten;
- het gebruik, eerst en vooral, van verlaten, maar gesaneerde bedrijfsterreinen voor nieuwe KMO-zones;
- de realisatie van nieuwe woon,- handels- en dienstenzones, eerst en vooral in verloederde buurten met leegstaande en verkrotte woningen;
- zoveel mogelijk kansen voor lokale ondernemingen bij gemeentelijke aanbestedingen;
- de ontwikkeling en begeleiding van een overlegplatform voor stedelijk toerisme en/of plattelandstoerisme;
- controle door gemeenteraad van gemeentelijke en paragemeentelijke vzw’s;
- invoering van het gezaghebbend advies;
- de invoering van een lokaal horecabeleidsplan.
[Inhoudtafel]
|
|