Logo Vlaams Belang
 2006
 Gemeente- en provincieraadsverkiezingen
  PROGRAMMA
7. MOBILITEIT

Om tot een globale en grondige oplossing van het mobiliteitsprobleem te komen, moet de overheid een hele batterij samenhangende maatregelen nemen. Deze hebben te maken met de verkeersinfrastructuur, het beter beheersen en efficiënter afwikkelen van de verkeersstromen, het verkeersreglement, het openbaar vervoer en de fiscaliteit. Het uitblijven van een degelijk beleid heeft geleid tot het dichtslibben van onze steden en autowegen. Dit vastlopen van het verkeer heeft inmiddels een zodanige omvang aangenomen dat het zowel maatschappelijk, economisch als ecologisch contraproductief en schadelijk is. Een verstandige ruimtelijke ordening kan een duurzame en milieuvriendelijke oplossing van de vervoersproblemen bevorderen. Men moet streven naar een concentratie van de woon,- werk- en ontspanningsfuncties in de bestaande woonzones en de stedelijke kernen (inbreiding).

Om tot een deugdelijk mobiliteitsbeleid te komen, moeten de versnipperde bevoegdheden geconcentreerd worden op één enkel beleidsniveau. Momenteel is de beleidsbevoegdheid inzake mobiliteit versnipperd over verschillende bestuursniveaus. Dat maakt een geïntegreerd beleid onmogelijk. Het spoorwegbeleid (en het nationale luchtverkeer) is nog altijd federaal. Ruimtelijke ordening, economie en leefmilieu, net als de hoofdbrok van het mobiliteitsbeleid, behoren daarentegen tot de bevoegdheid van de gewesten. Ook daar is er echter versnippering, omdat een afzonderlijk gewest, Brussel, het verkeersbeleid in de hoofdstad van Vlaanderen uitstippelt. Omwille van efficiëntie, maar ook omwille van zijn Vlaams-nationalistische overtuiging, pleit het Vlaams Belang er dan ook voor dat Vlaanderen alle bevoegdheden op het vlak van verkeer ontvangt. Zo wordt een geïntegreerd vervoerbeleid mogelijk.


De stadsvlucht keren (vi)

De stadsvlucht van de voorbije decennia heeft verschillende oorzaken, waaronder de reeds aangehaalde welvaartsvermeerdering en de grotere mobiliteitsmogelijkheden. Een belangrijke oorzaak is ook het feit dat al onze grote steden en ook vele middelgrote steden niet meer aantrekkelijk zijn om in te wonen en te studeren. Vele Vlamingen voelen zich in de stad helaas niet langer thuis. Dit is onder meer het gevolg van de gettovorming, de criminaliteit en de verloedering van hele wijken en steden.

1. Woonfunctie steden bevorderen. Het Vlaams Belang is ervan overtuigd dat het stopzetten van de stadsvlucht noodzakelijk is om de verkeersproblemen écht te kunnen oplossen. Daarom moet de stad opnieuw aantrekkelijk worden door onder meer de woonfunctie in het centrum van handelssteden te herwaarderen en te stimuleren. We moeten ervoor zorgen dat Vlamingen terugkeren naar hun steden. Dit vereist een hele reeks maatregelen, zoals een écht, daadwerkelijk vreemdelingenbeleid, een harde aanpak van de criminaliteit, de sanering van de verloederde wijken en het bevorderen van de culturele uitstraling van onze steden.

Hoewel de sanering van onze steden essentieel is om de mobiliteitsproblemen op te lossen, kunnen we inmiddels al enkele maatregelen nemen om het wonen en werken zoveel mogelijk te concentreren. Net zoals in het hoofdstuk ‘Ondernemend Vlaanderen,’ (vi) is een gecoördineerde aanpak op verschillende niveaus broodnodig. Daarom pleiten we onder meer voor fiscale ingrepen en uiteraard maatregelen ten voordele van de frequentie en de kwaliteit van het openbaar vervoer, in het bijzonder het treinverkeer.

2. Fiscale maatregelen. Het Vlaams Belang stelt voor om de registratierechten verder te verlagen bij verwerving van de eerste gezinswoning door (a) de bestaande vrijstelling op 12.500 euro van de aankoopprijs gevoelig te verhogen, (b) door de tarieven - momenteel standaard 10% en 5% voor een bescheiden woning - verder te laten zakken of (c) door een combinatie van beide. Lagere kosten om een woning te verwerven, zullen potentiële kopers over de streep trekken - met positieve budgettaire gevolgen.

De vrijstelling kan verder opgetrokken worden om bepaalde (stedelijke) gebieden weer aantrekkelijker te maken. Een korting op de onroerende voorheffing (KI) in dergelijke gebieden heeft daarenboven een blijvend positief effect voor de huiseigenaar.

3. Treinverkeer. Het spoorvervoer kan een belangrijke rol spelen in de vermindering van het woon-werkverkeer op onze wegen. Dat dit nu nog niet gebeurt, is het gevolg van het beleid van de NMBS dat het binnenlandse net minder belangrijk acht dan de internationale verbindingen (HST). Dit is verkeerstechnisch onlogisch, aangezien het beperkte internationale personenverkeer minder omvangrijk is dan het binnenlandse personen- en goederenverkeer. Het Vlaams Belang wil dan ook dat de NMBS in de eerste plaats haar aandacht schenkt aan de verbetering en uitbouw van het binnenlandse net, zodat de trein voor veel meer gebruikers een aantrekkelijk alternatief wordt, ook voor middellange en kortere afstanden. De grotere woon- en industriezones moeten beter met elkaar worden verbonden. Er dient te worden geïnvesteerd in meer comfortabele voertuigen voor het personenvervoer. De spoorwegen voorzien tijdens de piekuren treinen waar fietsers hun fietsen vlot en gratis kunnen meenemen. Het bestaande streek- en voorstedelijk vervoer moet verbeterd worden door een verhoging van de treinfrequentie en van het aantal stopplaatsen, waar nodig. De betrouwbaarheid van het treinverkeer moet verbeteren; treinen moeten stipt vertrekken.

Terzijde: inzake het goederenverkeer blijft het spoorvervoer momenteel eveneens in gebreke. Een aantal vitale verbindingen die het vrachtverkeer op onze wegen zouden kunnen verminderen, wachten al jarenlang op realisatie. Het Vlaams Belang vindt dat deze projecten prioritair moeten worden uitgevoerd. De realisatie hiervan vereist de reeds eerder aangehaalde splitsing van het spoorbeleid.

De meerderheidspartijen in dit land willen rond Brussel een Gewestelijk Expresnet (GEN) aanleggen. Het Vlaams Belang is tegen dit GEN gekant. Immers, een dergelijk Vlaams-Brabants voorstadsnet zou de stadsvlucht, de verdere verstedelijking en de verfransing van deze Vlaamse provincie enkel maar in de hand werken. Bovendien zal hierdoor het verkeer buiten Brussel alleen maar toenemen. Het probleem wordt hiermee slechts vooruitgeschoven, maar allerminst opgelost!

4. Thuis- en gezinsarbeid. Deze vormen van werken dienen aangemoedigd. Voor het thuiswerk nemen de mogelijkheden nog steeds toe, dankzij steeds veelzijdigere communicatiemiddelen (bijvoorbeeld netwerktechnologie). Voor de gezinsarbeid verwijzen wij naar onze voorstellen inzake het opvoedersloon voor de thuiswerkende ouder(viii).


Infrastructuur

Het Vlaams Belang pleit voor vlot en veilig verkeer. Voor een vlotte en veilige verkeersafwikkeling is het aangewezen de verkeersstroom met een zo gelijkmatig mogelijke snelheid te laten verlopen. De weg dient dan ook zodanig te worden ingericht dat elke stremming van de verkeersstroom zoveel mogelijk wordt vermeden.

1. Algemene aandachtspunten. Dit betekent onder andere: minder kruispunten, het zo veel mogelijk vervangen van verkeerslichten door voldoende grote ronde punten, het aanleggen van ventwegen (ix) waar mogelijk, het bestrijden van dubbelparkeren en het weren van doorgaande vrachtwagens uit de dorps- en stadskommen. De overheid moet, waar dat kan, maatregelen nemen die het vrachtvervoer via de binnenvaart en het spoor bevorderen. Bij ongevallen moet de weg zo snel mogelijk worden vrijgemaakt.

Een gezonde ruimtelijke ordening kan al heel wat bijdragen tot een oplossing van de bestaande verkeersproblemen. In essentie moeten we er dus naar streven om wonen, werken, winkelen, schoolgaan en ontspannen zoveel mogelijk te concentreren in bestaande woongebieden en steden. Wonen en werken moeten weer dichter bij elkaar komen door het principe ‘werk in eigen streek.’ Ook de thuiswerkende ouder en het thuiswerk kunnen een bijdrage leveren tot het ontwarren van de verkeersknoop.

2. Bus, tram en metro. De frequentie van het openbaar vervoer moet verhogen, ook in het weekeinde. Voor alle openbaar vervoer is het Vlaams Belang voorstander van interstedelijke nachtverbindingen. Het Vlaams Belang merkt op dat de kwaliteit, het comfort en de veiligheid van het openbaar vervoer geen gelijke tred houden met het sterk stijgende gebruik bij ‘gratis’ openbaar vervoer.

Het Vlaams Belang wil de dichtheid van het openbaar vervoersnet vergroten. De dichtheid van het net moet beantwoorden aan de vraag van de gebruikers. De netverbindingen mogen niet uitsluitend concentrisch om een stad worden aangelegd. Het is immers noodzakelijk ook de randgemeenten rechtstreeks met elkaar te verbinden. Knooppunten van woon-werkverkeer, woon-schoolverkeer, woon-vrijetijdsverkeer en woon-winkelverkeer moeten met de andere centra op een degelijke en vlotte manier verbonden worden.

Extra aandacht is nodig voor de veiligheid in het openbaar vervoer. In metrostations, tram- en bushaltes die als notoir onveilig bekend staan, moet de aanwezigheid van de politie drastisch verhoogd worden en dienen er bewakingscamera’s geplaatst te worden. Tevens dienen de haltes en metro-infrastructuur zo te worden ingericht dat deze een aangenaam en veilig klimaat scheppen (voldoende verlichting ’s avonds, voldoende open ruimte).

3. Voetgangers en fietsers. Het voetgangersverkeer moet zoveel mogelijk aangemoedigd worden door het aangenaam en veilig te maken. Het Vlaams Belang wil ruime en goed verlichte voetpaden die de voetgangers maximale veiligheid bieden.

Als alternatief voor het afleggen van korte afstanden, kan de fiets ongetwijfeld een bijdrage leveren tot een grotere leefbaarheid van onze steden en gemeenten. Daartoe moeten wel een aantal voorwaarden worden vervuld. De gemeenten moeten zich blijven bezighouden met de aanleg van veilige en goed onderhouden fietspaden en met de aanleg van veilige en gebruiksvriendelijke fietsparkings. Verder moeten de gemeenten voorzien in fietsvriendelijke en autoluwe straten rond de scholen en in fietssluizen aan de verkeerslichten.

4. Snelheidsbeheersing. Gelijkvormig uitgevoerde snelheidsremmers, zoals snelheidsremmende stroken, kunnen worden ingericht of aangebracht op plaatsen die vanwege het autoverkeer onveilige situaties opleveren, zonder uit het oog te verliezen dat de straat er ook is voor de auto’s. Het Vlaams Belang wil slechts een weloverwogen invoering van de zone-30. Deze in principe goede maatregel mag immers niet ontaarden. De signalisatie dient te worden geoptimaliseerd door korte wachttijden te voorzien op kruispunten en aan verkeerslichten.

Tot slot vraagt het Vlaams Belang dat bij de (her-)aanleg van straten en pleinen zeker ook aandacht zou gaan naar infrastructurele maatregelen die beter rekening houden met de veiligheid van motorrijders.


Een aantal actiepunten.

Het Vlaams Belang pleit voor:

  • een gemeentelijk mobiliteitsbeleid waar ruimte blijft voor de wagen;
  • een doordacht gemeentelijk parkeerbeleid met voldoende betaalbare parkeerruimte;

  • een openbaar vervoer dat zijn dienstverlening uitbreidt naar industriezones;
  • eerder een goed en dicht openbaar vervoer dan voor een gratis openbaar vervoer;
  • promoten en inplanten van voldoende carpoolparkings;
  • meer aandacht voor de veiligheid in het openbaar vervoer: onveilige stations en haltes moeten onder meer politiebewaking worden geplaatst;
  • ruim toebemeten voetpaden, die bovendien goed worden verlicht;

  • goed onderhouden fietspaden en volgehouden aandacht in steden en gemeenten voor de verdere aanleg van veilige fietspaden;
  • veilige en gebruiksvriendelijke fietsparkings;
  • een herwaardering van de zogenaamde ‘trage wegen.’
  • fietsvriendelijke en autoluwe straten rond de scholen;
  • fietssluizen aan de verkeerslichten;
  • een verstandig gebruik van verkeersremmers.



[Inhoudtafel]
© 2010 Vlaams Belang - Alle rechten voorbehouden 08.09.2010 - 01:20